skip to Main Content

De taal in de vier kwadranten

Hoe worden sleutelbegrippen binnen onderwijs in de vier kwadranten gebruikt?
Er ligt een wereld van verschil (in waarden) tussen het ene uiterste en het andere uiterste op elke as op de Schoolwaardenkaart. Toch worden vaak dezelfde woorden gebruikt om die heel verschillende opvattingen over onderwijs te beschrijven. Afhankelijk van de gevoelde waarden over wat goed onderwijs is, wordt aan die sleutelbegrippen een heel andere betekenis gegeven, terwijl er in de discussie over de uitvoering vanuit wordt gegaan dat wij hetzelfde bedoelen. Hieronder volgt een schetsmatige beschrijving van de verschillen tussen de vier kwadranten in de betekenis van zes veel gebruikte begrippen. Het zijn maar voorbeelden: er zijn ook heel veel andere woorden die verschillende dingen kunnen betekenen, afhankelijk van waar je staat.

1. Leren
2. Veiligheid
3. Verantwoordelijkheid
4. Motivatie
5. Structuur
6. Succes, talent


Wat bedoelen we met: Leren?


Persoonlijk – Boven (kwadrant linksboven)
Gericht op vergroting van het hele handelingsrepertoire, op brede ontwikkeling. Leren is dus elke activiteit die leidt tot een vergroting van vaardigheden. Bij elke leeractiviteit wordt er echter wel van uitgegaan dat de leerling sturing en instructie nodig heeft.


Collectief – Boven (kwadrant linksonder):
Gericht op de beheersing van de in het curriculum vastgelegde kennis. Er wordt een sterk één op één verband verondersteld tussen leren en onderwezen worden. Leren is hier ‘dat wat je doet op school’. Leren doe je in de les, of thuis als huiswerk.

Persoonlijk – Naast (kwadrant rechtsboven)
Gericht op de brede ontwikkeling en op het vermogen het eigen leerproces te sturen en te continueren. Leren is dus elke activiteit die leidt tot een vergroting van vaardigheden, zowel binnen als buiten de onderwijssituatie. Binnen deze opvatting is men gericht op vergroting van het hele handelingsrepertoire, op de brede ontwikkeling.


Collectief – Naast (kwadrant rechtsonder)
Gericht op beheersing van in het curriculum vastgelegde kennis, maar ook op de manier waarop dat gebeurt, de zogenaamde leervaardigheden. Er is ruimte voor verschillende manieren om kennis te verwerven.


Wat bedoelen we met: verantwoordelijkheid?


Persoonlijk – Boven (kwadrant linksboven)
De leerling is verantwoordelijk voor (een deel van) de leerinhoud, maar niet voor de manier waarop hij/zij leert (leerproces).


Collectief – Boven (kwadrant linksonder):
De leerling is niet verantwoordelijk voor zijn leerproces en ook niet voor de leerinhoud. In deze context wordt de lerende “verantwoordelijk” gehouden voor het niet voldoen aan eisen en hierop afgerekend. De term ‘verantwoordelijkheid’ wordt hier dus in negatieve zin gebruikt.

Persoonlijk – Naast (kwadrant rechtsboven)
De leerling is zowel verantwoordelijk voor zijn eigen leerproces als voor de leerinhoud.


Collectief – Naast (kwadrant rechtsonder)
Leerling is verantwoordelijk voor zijn eigen leerproces, maar niet voor de inhoud. De term ‘verantwoordelijkheid’ wordt in een positieve context gebruikt. Ook in deze zin kan een leerling aangesproken worden over het wel of niet voldoen aan eisen/afspraken et cetera.


Wat bedoelen we met: Veiligheid?


Persoonlijk – Boven (kwadrant linksboven)
Veiligheid is hier: Duidelijkheid over wat geaccepteerd wordt en wat niet, en duidelijkheid over wat je moet doen. Je wordt als leerling geaccepteerd als je voldoet aan de normen die aan jouw (studie)gedrag en persoonlijkheid worden gesteld op school.


Collectief – Boven (kwadrant linksonder):
Veiligheid wordt hier gewaarborgd door: detectiepoortjes, goede bewaking, hekken rond het schoolplein, pestprotocol, duidelijke regels voor straffen. Je wordt geaccepteerd als je voldoet aan de leernorm en ook als je je als mens, als persoonlijkheid aanpast aan het leersysteem

Persoonlijk – Naast (kwadrant rechtsboven)
Veiligheid is: Voelen dat je fouten mag maken. Je wordt als leerling geaccepteerd zoals je bent, ook als je iemand bent die zich niet makkelijk conformeert en een eigen leertraject/proces wil volgen.


Collectief – Naast (kwadrant rechtsonder)
Veiligheid is in deze opvatting: Je vertrouwd voelen, weten dat je anderen kunt vertrouwen. Je wordt als leerling geaccepteerd als je voldoet aan de leernormen, maar je hoeft je niet perse te conformeren als mens.


Wat bedoelen we met: Motivatie?


Persoonlijk – Boven (kwadrant linksboven)
Motivatie komt van buiten, is dus extrinsiek en wordt gelijkgesteld aan discipline en gehoorzaamheid. De behavioristische benadering is populair: straffen en belonen worden ingezet. Er worden echter vaak aanpassingen gemaakt op persoonlijk niveau van de leerling, zodat deze het onderwijs vaker als zinvol zal ervaren. Dat kan de noodzaak om straffen/ belonen te gebruiken als (extrinsieke) motivatoren, verkleinen.


Collectief – Boven (kwadrant linksonder):
Motivatie komt van buiten, is dus extrinsiek en wordt gelijkgesteld aan discipline en gehoorzaamheid. De behavioristische benadering is populair: straffen en belonen worden ingezet. De context waarin het woord ‘motivatie’ gebruikt wordt, is meestal negatief, als in ‘ongemotiveerd’.

Persoonlijk – Naast (kwadrant rechtsboven)
Men gaat binnen deze opvatting uit van het idee dat kinderen een grote drive hebben om te leren (intrinsieke motivatie), en dat zij geen andere, externe prikkels nodig hebben om te leren. Er moet dan wel nadrukkelijk een relatie worden gelegd tussen de leerinhoud en de context waarin die kennis kan worden ingezet. De context waarin het woord ‘motivatie’ gebruikt wordt, is meestal positief.


Collectief – Naast (kwadrant rechtsonder)
Men gaat binnen deze opvatting uit van het idee dat kinderen een grote drive hebben om te leren (intrinsieke motivatie). Omdat het onderwijs gericht is op later, is in de begeleiding veel aandacht nodig voor langetermijndoelen.


Wat bedoelen we met: Succes en talent?


Collectief  dus beide kwadranten onder
Geluk wordt gelijkgesteld met maatschappelijk en financieel succes. Talent gaat hier over bijzondere kwaliteiten binnen de kaders van kwalificatie, bijvoorbeeld uitblinken in een bepaald vak.

Persoonlijk, dus beide kwadranten boven
Succes wordt hier gelijkgesteld met doelen hebben en halen; de persoonlijke ontwikkeling. Deze doelen kunnen ook gericht zijn op maatschappelijk succes. Talent kan hier dus elke vorm van bijzondere aanleg zijn. Het gaat vaak om kwaliteiten die niet op school kunnen worden geleerd, die een verrijking kunnen betekenen.


Wat bedoelen we met: Structuur?


Persoonlijk – Boven (kwadrant linksboven)
Als hierboven, maar in ingedeeld in kleinere eenheden; bij het maken van keuzes in leerstof kan een beroep worden gedaan op een klein deel van de hieronder beschreven processen.


Collectief – Boven (kwadrant linksonder):
De structuur is een systeem gebaseerd op uniformiteit, waarbij alle leerlingen in een klas dezelfde lesstof in dezelfde tijd moeten doorwerken. Om dit te kunnen realiseren is er een systeem van jaarklassen, en zijn er jaarprogramma’s voor vakken en roosters.

Persoonlijk – Naast (kwadrant rechtsboven)
De structuur is niet een opgelegd systeem maar wordt gevonden in een bewustzijn van eigen positie, verantwoordelijkheid en keuze-mogelijkheden. De school helpt en/of laat de leerling vrij een eigen structuur aan te brengen in zijn leerproces, door het opbouwen van zelfkennis en zelfsturing, en door zingeving een belangrijke rol te geven in de begeleiding. Dialoog is essentieel.


Collectief – Naast (kwadrant rechtsonder)
Structuur is hier: een curriculum waarin leerdoelen en leerinhoud is vastgelegd. Als het gaat om de manier van leren is er niet een opgelegd systeem, maar wordt de structuur gevonden in een bewustzijn van de eigen positie, verantwoordelijkheden en mogelijkheden die een leerling heeft. De school helpt en/of laat de leerling vrij zijn eigen structuur aan te brengen in het leerproces, door het opbouwen van zelfkennis en zelfsturing, en door zingeving een belangrijke rol te geven in de begeleiding. De dialoog is essentieel.

Voor verdere informatie en ondersteuning,
bekijk ons 
aanbod of neem contact op.